|
|
|
| Oorzaken | Aantal verhalen |
| Zondvloed | 122 |
| Vuur | 19 |
| Aanhoudende winter | 6 |
| Grote stenen | 2 |
| Boeman | 1 |
| Aardworm | 1 |
| Objecten (levend en levenloos) | 1 |
| Zonsopkomst | 1 |
Plaatselijke natuurrampen kunnen verschillende vormen aannemen, denk maar aan vulkaanuitbarstingen (en dodelijke lahars), bosbranden, cyclonen, aardbevingen, langdurige droogte, sprinkhanenplagen, en dus ook overstromingen. Ongetwijfeld zullen een aantal van de lokale overstromingen overdreven zijn tot een universele vloed, maar waarom zijn het er zo enorm veel in vergelijking met andere lokale gebeurtenissen? Je zou op grond van deze hypothese verwachten dat de oorzaken van wereldrampen in legenden meer gespreid zouden zijn.
Het tweede probleem met de hypothese is dat het geen verklaring levert voor de overeenkomsten tussen de vloedlegenden en het Genesisverslag. En het zijn juist de gemeenschappelijke verhaalelementen die wijzen op de historische basis van Genesis.
Specifieke verhaalelementen
Bij het lezen van verschillende vloedlegenden valt al gauw op dat de details significant verschillen van het bijbelse zondvloedverhaal. Het is dus niet waarschijnlijk dat de verhalen rechtstreeks uit de Bijbel zijn gekopieerd (zoals de missionarissenhypothese suggereert). Tegelijk valt ook op dat de overeenkomsten te treffend zijn om door toeval te zijn ontstaan (de vloedlegenden zijn dus geen ongerelateerde verhalen die gebaseerd zijn op plaatselijke gebeurtenissen).
De gegevens zijn perfect in overeenstemming met het gegeven dat alle volken afstammen van voorouders die een dergelijke gebeurtenis echt hebben meegemaakt en dit aan hun nageslacht hebben doorverteld. In dit proces van doorvertellen hebben kleine details eerder de neiging te veranderen of te verdwijnen dan belangrijkere verhaalelementen, terwijl de hoofdlijnen nog constanter zijn. Het is dan ook logisch dat de hoofdgedachte (de vloed was een bovennatuurlijk oordeel; slechts enkele overlevenden) bijna altijd bewaard is gebleven. Het secundaire concept dat de hoofdpersoon ook dieren aan boord van zijn boot nam is een belangrijk gegeven en komt dus nog in een heel aantal legenden voor (zie afbeelding 1). Maar bijvoorbeeld het kleine detail dat Noach na de vloed een offer bracht, is veel zeldzamer.

Afbeelding 1: Verspreiding van zondvloedlegenden die het verhaalelement bevatten dat de hoofdpersoon dieren aan boord van zijn boot nam. Het is op zich al bijzonder als één of twee Indianenstammen een dergelijk verhaal hebben, maar dit resultaat is ronduit verbluffend! En dit zijn nog maar de verhalen die ik tot nu toe heb kunnen achterhalen. In werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk nog veel meer, maar dit geeft al goed de wereldwijde verspreiding van dit verhaalelement weer.
Alaska: Hareskin Indianen.5 Canada (van west naar oost): Sarcee6, Cree7, Timagami.8 VS: Skagit9, Caddo.10 Zuid Amerika: Jivaro.11 Europa: Wales12, Litouwen13, Transylvaanse Zigeuners.14 Afrika: Tanzania15, Masai.16 Midden Oosten: Hebreeën, Soemeriërs17, Zoroastrisme.18 India: Hindoe geschriften.19 Centraal Azië: Altaj20, Boerjatië.21 Zuidoost Azië: Bahnar (Vietnam)22, Miao (Jiangxi in China).23 Borneo: Dajaks.24 Oceanië: Biami25, Nieuwe Hebriden.26
In het bijbelse verhaal zendt Noach aan het eind van de zondvloed vogels uit om te kijken of er al droog land is. Eerst liet hij een raaf uit, maar zonder succes. Daarna liet hij een duif wegvliegen, maar deze kon geen droog land vinden en keerde terug naar de Ark. Na zeven dagen liet hij de duif weer uit de Ark, en ditmaal kwam de duif terug met een vers olijfblad, een teken dat vegetatie herstellende was. Zeven dagen later liet hij de duif voor de derde keer los, en ditmaal kwam de duif niet meer terug.
Het uitzenden van vogels is een heel specifiek gegeven, het is heel onwaarschijnlijk dat twee mensen het onafhankelijk van elkaar zouden bedenken. Toch wordt ook dit concept bij meerdere volken aangetroffen:

Afbeelding 2: Een verrassend groot aantal culturen kent een vloedverhaal waarin vogels er op uit worden gestuurd om voor de hoofdpersoon of personen te onderzoeken of de aarde al droog is.
VS (van west naar oost): Cascadegebergte27, Hopi28, Chitimacha29, Lenape.30 Zuid Amerika: Tehuelche.31 Midden Oosten: Hebreeën, Chaldeeën.32 Afrika: Tanzania15, Masai16. Azië: Altaj20, Bahnar22, Miao23. Australië: Wunambal.33
Bij veel Noord Amerikaanse legenden vinden we een motief dat hier enigszins op lijkt. Aan het eind van de vloed stuurt ‘Noach’ een aantal dieren het water in, om te kijken hoe diep het water is, of om een beetje modder van de bodem mee naar boven te nemen. Verschillende dieren falen omdat het water nog te diep is. Maar uiteindelijk lukt het Muskusrat (in sommige verhalen is het Bever of een ander dier) de bodem te bereiken en een beetje modder, of een aantal zandkorrels, mee naar boven te nemen. De hoofdpersoon spreidt deze modder uit over het oppervlak van het water en blaast er over, waardoor droog land verschijnt.
Dit verhaal wordt, in allerlei variaties, onder andere verteld door de Hareskin5, Sarcee6, Timagami8, Montagnais34 en Sioux.35
Hebben we hier te maken met een verbastering van het vogelconcept? In beide gevallen worden er dieren opuit gestuurd (soms om te kijken in hoeverre de vloed al afgenomen is). In beide gevallen zijn er meerdere dieren nodig. En in beide gevallen wordt er uiteindelijk iets teruggebracht (in de Bijbel een vers blaadje, in de Indiaanse legenden een beetje modder).
Maar er zijn ook grote verschillen. Als het ene verhaal ontstaan is uit het andere, is er dan misschien nog ergens een verhaal dat daar tussenin zit? Dat is er inderdaad! De Chitimacha Indianen36 in Louisiana vertellen dat eerst de specht werd gestuurd om te zoeken naar land. Toen de specht onverrichter zake terugkwam, werd de duif eropuit gestuurd. De duif kwam terug met een zandkorrel, die op het wateroppervlak werd geplaatst en waaruit het land ontstond.
De ‘evolutie’ van dit verhaalelement kunnen we dus als volgt weergeven:
| Oorspronkelijke gebeurtenis | ‘Tussenvorm’ | Indiaans verhaalelement |
| Duif brengt takje | Duif brengt modder | Muskusrat duikt naar modder |
Het is dus goed mogelijk dat deze verhalen gerelateerd zijn.
Nog meer opvallendheden
Zondvloedlegenden bevatten nog veel meer interessante gegevens die misschien iets kunnen zeggen over de historiciteit van Genesis.
- Volgens een paar Indiaanse overleveringen leefden er voor de vloed reuzen, en werd het water gestuurd om hen uit te schakelen. Dit was het geval volgens legenden van de Montagnais34 en de Pawnee.37 Volgens de Caddo was het een groot mensenetend monster.10 De Bijbel zegt ook iets dergelijks over de tijd voor de zondvloed: ‘
In die dagen waren er reuzen op de aarde
’ (Genesis 6:4). (Dit is controversieel, maar overblijfselen zijn gevonden van mensen met een lengte van 3 of zelfs 4 meter, wat voldoet aan de beschrijving ‘reuzen’.) - Waar kwam het water van de vloed vandaan? Genesis zegt dat de ‘
fonteinen des groten afgronds
’ openbraken (Genesis 7:11). Veel bijbelgetrouwe wetenschappers hebben dit geïnterpreteerd als het openbreken van onderaardse waterreservoirs. Dit weerklinkt in een verhaal van de Jakun in Maleisië.38 Volgens dit verhaal is de grond waar we op staan slechts een velletje over een grote massa water. Lang geleden deed de godheid dit vel scheuren, waardoor een vloed alles vernietigde. Ook de Sioux zeggen dat een vloed ontstond doordat de grond openscheurde en er water omhoog kwam.35 - Voor de zondvloed was de aarde veel vlakker dan tegenwoordig (met enige voorzichtigheid verwijs ik naar Psalmen 104:8). Dit viel Noach en zijn familie natuurlijk ook op. De Lushai39 (Assam, India), Bunun40 (Taiwan) en de Tsimshian41 (Brits Columbia, Canada) en de Ifugao42 (bergvolk uit de Filippijnen) vertellen allemaal dat de aarde voor de overstroming vlakker was, en bergen en valleien, of het gehoekte landschap, na of tijdens de vloed ontstaan zijn (bijvoorbeeld door erosie door het wegstromende water).
- Volgens verschillende volken verscheen de regenboog na de zondvloed, net als in Genesis. Dit is het geval bij de Litouwse folklore13, en bij de legenden van de Masai16, de Munda43 in Noord India, de Sioux Indianenstam35, de Wunambal Aboriginals33 en een verhaal uit Yellowstone.44
- Een overlevering uit Noord Mongolië (Tuvinian)45 zegt dat de mensen na de vloed werd geleerd hoe ze sterke drank moesten maken. Dat doet je toch denken aan Noachs ondernemingen na de zondvloed (Genesis 9:20-27).
- In een aantal verhalen (vooral in Azië) zijn de enige overlevenden broer en zus. Om het menselijke ras van uitsterving te redden is inteelt dus noodzakelijk (soms moet er van alles gebeuren om ze hiervan te overtuigen). Dit kan een vage herinnering zijn aan de tijd vlak na de bijbelse zondvloed, toen de mensheid ook was uitgedund tot één familie.46
Samenvatting
Genesis is een betrouwbaar historisch verslag over de oorsprong en vroegste geschiedenis van de mensheid. In dit verslag wordt gesproken over een man, Noach, die in opdracht van God een boot bouwde, en op die manier met zijn familie een wereldwijde waterramp overleefde. Alle mensen die nu op aarde leven stammen af van deze familie.
Eén mogelijke manier om dit verhaal te testen is de volgende: als alle volken afstammen van gezamenlijke voorouders die ongeveer 4.300 jaar geleden een zondvloed overleefden, zou je verwachten bij minstens een paar groepen nog volksverhalen, overleveringen, et cetera aan te treffen die refereren naar een allesvernietigende watervloed.
En aan deze verwachting wordt meer dan voldaan. Het wereldwijd voorkomen van zondvloedlegenden, die bovendien op meerdere punten overeenkomen met het verhaal in Genesis, wijst erop dat we inderdaad afstammen van de overlevenden van een grote overstroming.
Het bijbelse scheppingsmodel voorspelt deze waarnemingen, maar niet-bijbelgelovigen moeten veel moeite doen om ze op één of andere manier te verklaren. Deze verklaringen zijn niet afdoende. De verhalen kunnen niet onafhankelijk van elkaar ontstaan zijn, want de overeenkomsten zijn te groot om toevallig te ontstaan. En als de zondvloedlegenden het gevolg zijn van evangeliserende missionarissen, hoe komt het dan dat we bijna nooit legenden aantreffen die sterk lijken op bijbelverhalen die zich chronologisch na de spraakverwarring afspelen? Voor mensen die niet in de bijbelse geschiedenis geloven is dat moeilijk te verklaren, terwijl het vanuit bijbels opzicht juist precies in de lijn der verwachting ligt.
Referenties en voetnoten
- Frazers uitgebreide verzameling vloedlegenden staat in z’n geheel online.
- Ruth Warner Giddings, Yaqui Myths and Legends, 1959, p. 6. Dit boek staat volledig online, het vloedverhaal is te vinden op pagina 106-108.
- Oorspronkelijke titel: A. Roth, Origins: Linking Science and Scripture, Review and Herald® Publising Association, Hagerstown MD, 1998
- Gebaseerd op de indeling en referenties in: S. Thompson, Motif Index of Folk Literature, vol. 1, herziene editie, 1955
- Gaster, Theodor H., Myth, Legend, and Custom in the Old Testament, Harper & Row, New York, 1969, p. 116
- Frazer, Sir James G., Folk-Lore in the Old Testament, vol. 1, Macmillan & Co., London, 1919, pp. 314-315
- Ref. 6, pp. 309-310
- Ref 6, pp. 307-308
- Clark, Ella E., Indian Legends of the Pacific Northwest, University of California Press, 1953, pp. 139-141
- Erdoes, Richard and Alfonso Ortiz, American Indian Myths and Legends, Pantheon Books, New York. 1984, p. 120-122
- Ref. 5, p. 126
- Ref. 5, pp. 92-93
- Ref. 5, p. 93
- Ref. 6, pp. 177-178
- Ref. 5, pp. 120-121
- Ref. 6, pp. 330-331
- Heidel, Alexander, The Gilgamesh Epic and Old Testament Parallels, University of Chicago Press, 1949, pp. 102-106
- Ref. 6, pp. 180-182
- Ref. 6, pp. 188-190
- Holmberg, Uno, Finno-Ugric, Siberian, in MacCulloch, C. J. A., ed., The Mythology of All Races, v. IV, Marshall Jones Co., Boston, 1927, pp. 364-365
- Ref. 20, pp. 361-362
- Ref. 5, p. 98
- Edgar A. Truax, 1991, Genesis According to the Miao People, Impact: Vital Articles on Science/Creation, No. 214
- Ref. 5, p. 102
- Tom Hoey, 1984, The Biami legends of creation and Noah’s Flood, Creation 7(2), pp. 12-13
- Ref. 5, p. 107
- Ref. 6, pp. 324-325
- Waters, Frank, Book of the Hopi, Penguin Books, New York, 1963, pp. 12-20
- Judson, Katharine B., Myths and Legends of the Missippi Valley and the Great Lakes, A.C. McClurg & Co., Chicago, 1914, p. 19
- Ref. 6, p. 295 en Bierhorst, John, Mythology of the Lenape, University of Arizona Press, Tuscon, 1995, pp. 30, 43
- Bill Johnson, 2004, Impact: Vital Articles on Science/Creation, No. 369
- Ref. 6, pp. 108-110
- Howard Coates, 1981, Aboriginal Flood Legend, Creation 4(3), pp. 9-12
- Ref. 5, p. 117
- Ref. 10, pp. 496-499
- Ref. 29
- Grinnell, George Bird, Pawnee Hero Stories and Folk-Tales, University of Nebraska Press, Lincoln, 1961; herdruk Forest and Stream Publishing Company, New York, 1889
- Ref. 5, p. 99
- Ref. 5, p. 97
- Ref. 6, pp. 232-233
- Ref. 6, p. 319
- Dimetrio, Francisco, “The Flood Motif and the Symbolism of Rebirth in Filipino Mythology” in Alan Dundes (ed.), The Flood Myth, pp. 261-265. Berkeley etc.: University of California Press, 1988
- Ref. 6, p. 196
- Edmonds, Margot & Ella E. Clark, Voices of the Winds, Facts on File, Inc., New York, 1989, pp. 17-19
- Ref. 20, p. 366
- Men voert dit wel eens als argument aan tegen het bijbelse scheppingsmodel. Inteelt leidt tegenwoordig immers tot misvormingen. Maar de reden dat dit tot gezondheidsproblemen leidt is dat kopieerfouten in ons DNA door inteelt een grote kans hebben dubbel voor te komen in de volgende generatie, waardoor een kind twee defecte genen heeft in plaats van één. In de tijd van Noach (tien, elf generaties na de schepping) was dat echter nog geen enkel probleem, aangezien kopieerfouten zich nog niet hadden opgestapeld in het genetisch materiaal van de mensheid. Pas eeuwen later werd dit een probleem, en het is dan ook volkomen logisch dat God inteelt in de tijd van Mozes verbood (Leviticus 18).



